Melissa
Melissa exterieur Melissa interieur Reisverslag 1 Reisverslag 2 Reisverslag 3 Reisverslag 4 Reisverslag 5 Reisverslag 6 Reisverslag 7 Reisverslag 8 Home Charron Le Moulin du Siffré Melissa Contact Webcams Reisverslag 1
   1 HET VERTREK En dan is het zover, het afscheid nemen begint. Maanden, nee jaren leef en werk je naar de datum van vertrek toe en alles wat je doet is gericht op het voorbereiden van een ander soort leven. Zolangzamerhand  dringt het tot de omgeving door dat we echt gaan en dat we tot de weinigen behoren die daadwerkelijk huis en haard verkopen en een zwervend bestaan gaan leiden. Toegegeven, we hebben ons omringd door alles wat een comfortabel leven op ons schip Melissa mogelijk maakt en zolang de techniek ons niet in de steek laat zal het ons aan weinig ontbreken. Het geeft toch ook wel een bijzonder gevoel je zonder vaste woon- of verblijfplaats uit te schrijven uit de Nederlandse bureaucratie en op de vraag '"waar wonen jullie" te kunnen antwoorden " nergens, aan boord van Melissa". En waar Melissa naar toe gaat dat zien we wel , het voorlopige doel is de Mid-dellandse Zee. De postbus die tot ons genoegen zolangzamerhand steeds minder officiële brieven bevatte wordt opgeheven op de dag voor vertrek. In Pijnacker was dat geen enkel probleem maar in Scheveningen moet zoiets een dag van te voren aangevraagd worden , dan kunnen ze uitzoeken wat de borg is die bij opening van de postbus is betaald. Dat ik een betaalbewijs heb doet er niet toe en ik moet me weer boos maken. De toch wel efficiënte dame van de PTT vraagt per fax de gegevens op en als deze mijn betaalbewijs bevestigen is de zaak gere-geld. In de weken voor het vertrek nemen we zolangzamerhand afscheid van familie en bekenden zodat ieder de aandacht krijgt die we voor wenselijk houden. Tot laat in de avond voor de dag van ons vertrek komen vrienden en bekenden langs en aangezien we vroeg willen vertrekken komt de nachtrust in gevaar. We hebben het er echter graag voor over want de aandacht, goede wensen en vele presentjes zijn hartverwarmend. Het is een plezierige afsluiting van enkele drukke dagen met vele hoogtepunten maar ook met ergernis. Weken geleden heb ik al met garage Dokter afgesproken dat ze mijn auto zullen overnem-en en de prijs is mondeling overeengekomen. Plotseling blijkt de man die de prijs heeft genoemd niet over de nodige financi-ën te beschikken. De echte baas komt op de proppen en wil de auto niet kopen voor de afgesproken prijs. Hij beweert dat de prijs veel te hoog is en biedt f. 3.000  minder. Ik sta voor de keus of dit accepteren of het vertrek uit te stellen  en een andere koper vinden. Dit zal voorlopig niet meevallen want morgen is het Goede Vrijdag en met de Pasen zal ik moeilijk kopers kunnen vinden.Nu was de prijs die de monteur mij geboden had toch al f.6.000 meer dan ik verwacht had dus ik accepteer het verlaagde bod, maar ik heb wel de pest in omdat ik gevoelsmatig met mijn rug tegen de muur stond. Hartverwarmend echter is het afscheid van het personeel van het bedrijf waar-over ik de afgelopen 3 jaren de directie heb gevoerd en dat met bloemen en video's  meer aan het afscheid doet dan ik eigenlijk had gewild. En dan te bedenken dat ik eigenlijk met een simpele handdruk had willen weggaan..... Uiteindelijk vertrekken we om 9 uur. Uitgewuifd door o.a. de Hessing's en uitgetoeterd door met name Bunny en Cees de Hollandse Zuidafrikaan die zelf om 12 uur de terugtocht naar Afrika aanvangt. Het is een koude maar zonnige ochtend en de Noordzee toont zich van zijn vriendelijke kant. Er staat eigenlijk te weinig wind en met de motor bij zetten we koers naar de Maasgeul voor Hoek van Holland.    2        SCHEVENINGEN - ALDERNEY Nadat we de Maasgeul zijn overgestoken wordt de koers voorlopig uitgezet richting belgische kust. We laten het van de wind afhangen of we onder de franse of engelse kust blijven. Tevens hebben we zo de mogelijkheid alsnog in Blankenberge dieselolie te tanken die daar slechts de helft kost van de neder-landse prijs en dat scheelt met onze tank van ruim 600 liter al gauw een dinee-tje. De wind is echter pal van achteren en eenmaal voor de belgische kust besluiten we toch maar langs de engelse kust door te varen en op de Kanaaleilanden te tanken. 's Nachts passeren we de traffic lanes en zonder te hoeven uitwijken komen we in de inshore traffic zones, de vaarroutes voor het kustverkeer. We varen met de tent over de kuip zodat we geen last hebben van de koude noordelijke wind. Vooral s'nachts is het koud en met 3 plaids, truien, warmte-pak en pyjamabroek onder de langebroek beschermt de wacht zich tegen een buitentemperatuur van 7 graden. Vreemd genoeg hebben we geen enkele behoefte aan alcohol en het kost ons dan ook geen moeite ons te houden aan de afspraak "geen alcohol op zee". Als we in aangenamere klimaten komen kunnen we ons principe altijd nog aanpassen..... Beachy Head passeren we gelukkig met de stroom nog mee maar daarna starten we de motor omdat wind het laat afweten. Ik herinner mij van mijn eerste solo-tocht in een 22 voet Sturgeon hier s'nachts voor anker te zijn gegaan omdat zowel wind als stroom tegen waren en ik nog slechts enkele liters brandstof had. Achter 120 meter lijn in een zeer woelige zee heb ik mij toen in het gang-pad klem gezet en 6 uur voortreffelijk geslapen. Midden in de nacht kwam nog wel een visserman kijken wat zo'n klein en onver-licht bootje voor bijna-lagerwal daar te zoeken had . Ik had een xenon flasher in de mast gehangen die mijn bedrijf destijds aan de offshore verkocht, maar dit flitslicht van slechts f. 2.200 was er binnen 3 uur mee opgehouden....... Later hebben Thea en ik op een zeer zonnige en warme dag nogmaals geankerd voor Beachy Head en de gevangen makrelen op de barbecue geroosterd. Dat bij het overboord gooien van de as ook het binnenwerk van de barbecue mee ging mocht de pret niet drukken. Dit alles is nu ruim  12 jaar geleden maar Beachy Head is voor ons, net als voor waarschijnlijk menige zeezeiler, een speciale plek. Vanaf Wight kiezen we een directe koers naar Alderney en na nog een nacht en dag op zee lopen we 1ste paasdag net voor donker de haven in en gaan achter eigen anker liggen in 14 meter diep water. De weerkaart geeft voor 2de paasdag een stevige westelijke wind te zien en we besluiten 2 dagen op Alderney te blijven. De swell in de haven is zoals wel vaker flink en we hebben nu de gelegenheid alles wat beter zeevast te zetten. Woensdag 19 april is een prachtig zonnige maar nog steeds frisse dag en we varen met hoogwater de binnenhaven in om diesel te tanken. Vlak voor we anker-op gaan komt een visserman langs en begint een lokale kledingboutiek aan te prijzen. Ik laat hem het hele verhaal maar vertellen hoewel ik normaal elke verkoper die me niet aanstaat met een paar onsympathieke opmerkingen de mond snoer. Dit is een gewoonte aangekweekt in de laatste jaren waarin zeer agressieve verkopers , vaak in opdracht van Engelse uitgeverijen , met de meest doortrapte verhalen de telefonistes en secretaresses om de tuin leiden en mij in een stortvloed van woorden en halve waarheden hun advertentie ruimte proberen te verkopen.  Deze sympathieke visserman boeit ons toch wel en wat belangrijker is, we zien wat vis in z'n bootje liggen. Na z'n verhaal vraagt hij of we van krab houden en nog voor ons  antwoord gooit hij een krab die ik op het achterdek opvang , zonder te beseffen dat het beest nog leeft. Ik leg de krab op het dek en Thea gaat op zoek naar een grote pan. De krab verschuilt zich tussen de fietsbanden maar hij ontloopt de pan niet. De visser houdt al weer bij de volgende boot z'n verhaal en nadat we anker-op zijn gegaan  maken we nog even een rondje om z'n bootje om twee halve liters bier te overhandigen. In de binnenhaven meren we naast een vissersschip af en tanken diesel voor ongeveer 75 cent per liter. De sfeer in het kleine haventje is geweldig, vissers die met hun schip of de netten bezig zijn , een winkeltje in scheepsbenodigdhe-den die tevens de olie levert , zeer vriendelijke mensen en een zonnetje die het geheel perfectioneert. De "boutiekvisser" komt nogmaals langs en geeft Thea een tweede krab die we wederom met gemengde gevoelens hetzelfde lot in de pan laten ondergaan waarna ook deze er mooi rood uit ziet. Ik ga ook naar het havenkantoor om de 6 pond te betalen voor het 3 nachten  voor anker  liggen in de haven. De alleraardigste havenmeester die ons per bootje op de eerste ochtend na onze aankomst had verwelkomd had laten weten dat we, als we geen ponden mochten hebben, ook wel de volgende keer konden betalen. We hebben echter niet het plan om binnenkort weer op Alderney te komen . 3   Alderney - La Coruña Met hoog water verlaten we de haven en zetten na the Swinge , een stuk water waar door de hoge stroomsterkten overfalls , brekende golven voorkomen, koers richting Guernsey. Er staat niet veel wind en de motor moet weer bij om Melissa bestuurbaar te houden in de stroomrafelingen. Aan het eind van de middag hebben we Guernsey dwars en tot Ushant, de meest westelijke punt van Frankrijk, zullen we geen land meer zien.  's Avonds eten we de krabben en bereiden ons voor op weer een koude nacht op zee want na zonsondergang daalt de temperatuur snel tot ongeveer 10 graden. Als je in beweging bent is 10 graden genoeg maar stilzittend in de kuip zijn de dekens weer nodig. Natuur-lijk laten we de tent over de kuip en het is zo best gezellig met muziek en een boek. De wind is nog steeds noordelijk en zwak dus het is weer een gemakkelij-ke nacht op zee. We wisten echter op dat moment niet dat dit voorlopig onze laatste rustige nacht zou zijn want de weerberichten gaven alle een NNW 4 wind voor de komende 3 dagen en de BBC4 weerberichten waren het daarmee eens..-....... Donderdag  20 april  neemt de wind in de loop van de dag gestaag toe en we zeilen met grootzeil, bezaan en onze nieuwe rolgenua/kluiver van 42 kwadraat meter met een achterlijke wind Het Kanaal uit. We zien weinig schepen hoewel we nog steeds dicht bij de shipping lanes varen. In het begin van de avond neemt de wind toe en met windkracht 6 in de rug schieten we lekker op. Voor ons ligt de Golf van Biscaye en we hopen in 3 tot 4 dagen de spaanse kust te bereiken. De weerberichten van 11.59 uur laten wel een kleine, zich boven noord Spanje en Biscaye ontwikkelende depressie zien voor 21 en 22 april die een NNO koers zal volgen maar waar wij westelijk van zullen blijven. De Navy en Offenbach zijn het ook niet met elkaar eens en we zullen wel zien wat er van komt. Plotseling horen we een knal en we gaan op onderzoek om de oorzaak te vinden. De extra grootschoot sluiting die noodzakelijk is om de schoot buiten de tent om aan de bezaan mastvoet te bevestigen heeft zich losgewerkt en is met een knal overboord gesprongen. Er zit echter nog een borglijn aan de schootvoering en met een nieuwe sluiting is het snel geklaard. Een containerschip van Mitshubishi ligt op aanvaringskoers en aangezien het al weer begint te schemeren schakelen we onze zalinglichten aan zodat we met onze vel verlichte witte zeilen goed zichtbaar zijn. Het containerschip verlegt z'n koers achter ons langs en ik bedank ze door de zalinglichten een paar maal aan en uit te doen wat van de brug  met een schijnwerper weer wordt beant-woord. De wind neemt met vlagen toe tot windkracht 7 en is dus duidelijk sterker dan het weerbericht aangeeft waarop we besluiten de grootzeilen neer te halen en alleen op de kluiver verder te zeilen. De zalinglichten bewijzen wederom hun grote nut want met 4 lampen van elk 50 watt is het dek en de omgeving van Melissa verlicht al was het daglicht. De hoge golven zijn echter nu ook te zien en die zijn hoog en kort , veel korter dan ik had verwacht. Waarschijnlijk ligt de oorzaak in wind tegen stroom en het feit dat de oorsprong ligt in het Kanaal en niet op de oceaan zoals met westelijke winden. Met alleen de kluiver op lopen we nog steeds zo'n 5 mijl en Melissa laat zich door de auto-pilot goed sturen. In de loop van de nacht neemt de wind verder toe en we rollen langzamerhand een groot deel van de kluiver weg. Bij het daglicht van vrijdag 21 april toont de zee zich als een woest oppervlak met witte krullen  en schuimsporen maar ons schip vaart er met groot gemak overheen. Het voorlijk van de kluiver staat wel wat slap en het blijkt dat de snapsluiting die het voorlijk naar beneden moet trekken is losgesprongen. Aan de veiligheidslijn kruip ik naar voren en, na de val iets te hebben gevierd, knijp ik de sluiting weer dicht.  Voor de zekerheid bevestig ik nog een borglijn aan het onderlijk zodat bij eventueel hernieuwd losspringen van de sluiting het voorlijk op spanning blijft, naar later zal blijken geen overbodige handeling. Bij het beladen tijdens het voorbereiden van deze reis hadden  we uit angst voor een te zwaar voorschip al de honderden boeken uit de kasten boven de voorkooien verplaatst naar een oorspronkelijk voor kleding  bedoelde kast in het achterschip. Door alle voorraden, water en diesel is het gewicht met 4 tot 5 ton toegenomen en ik was bang dat Melissa door de golven zou gaan in plaats van er overheen. Echter ondanks de zorg, of misschien wel dankzij deze zorg richt de kop zich snel op en is er zo voor de wind weglopend geen golfje die op het voordek komt. De weerberichten van de BBC en de weerberichten van de Britse Navy geven voor Noord Biscaye nog steeds niet meer als windkracht 6 terwijl wij al een dikke 7 hebben. Pas in de loop van de dag komt er via de Navtexontvanger* een waarschuwing voor storm, windkracht 8, maar dan zitten wij er al midden in. Een bewijs te meer dat als je dit soort reizen onder-neemt je toch volkomen op je eigen voorbereidingen en waarnemingen moet kunnen vertrouwen. Thea had tijdens haar wacht al diverse malen een flitslicht waargenomen maar de oorzaak was niet duidelijk . Tevens horen we een flink geschuif op dek en als ik bij daglicht het achterdek inspecteer blijkt de gehele mand met stukken ankerkettingen en anker gewichten losgeslagen te zijn. De mand is finaal kapot geslagen en het lood en de kettingen hebben met hun gewicht ook het reddingsvlot gedeeltelijk losgeslagen. Het achterdek ziet eruit als een slagveld en alles schuift heen en weer bij elke golf. Het flitslicht van een reddingsboei die over dek rolt heeft de lichtflitsen van vannacht veroor-zaakt.  Ik trek mijn veiligheidsharnas aan en kruip over dek naar achteren en stop alle losse zaken in een groot plastic visvat dat we vlak voor vertrek van Hans van der Vin hebben gekregen. Toen wist ik niet wat ik met het vat moest doen, nu komt het uitstekend van pas. Ik sjor het vat vast tegen de railing en kijk zo min mogelijk naar de golven die met zo'n 6 meter hoog boven mij uit steken maar allemaal keurig onder ons schip doorlopen. Wat houdt Melissa zich goed, er is eigenlijk geen enkel gevaar en er is alleen maar de angst dat het allemaal nog erger wordt. De zee loopt zo hoog op dat de radar als uitkijk niet meer functioneert want hij ziet alleen maar golven die nu echter wel steeds langer worden. Zelf zien we natuurlijk ook niet veel meer dan een paar honderd meter om het schip en zijn blij dat we ruim ten noorden van de scheepvaartroutes varen. De weerkaartenontvanger gaat ook problemen opleveren want na het inzetten van een nieuwe rol papier werkt het papiertransport niet goed. We moeten bij ontvangst van een weerkaart het papier voorzichtig uit de fax trekken en krijgen zo nog leesbare kaartjes. Dat duurt echter ook niet lang want in dit onstabiele weer is een hoop statische ontlading die ontvangst op de korte- en middengolf regelmatig onmogelijk maakt. De signalen vallen volledig weg in de ruis en aangezien de buien regelmatig en veel over ons heen trekken is er geen complete weerkaart meer te ontvangen. De Navtex geeft nu en dan nog wel een weerbericht en voor alle gebieden van Spanje tot Nederland  is of wordt een stormwaarschuwing van kracht. Nu kan mij dat niet veel schelen want we zitten er toch al midden in. Voor de storm weglopen is een goede en veilige methode zeker met praktisch de gehele Golf van Biscaye en oceaan voor ons. Aangezien de autopilot continue en zwaar werk moet leveren en de boordspan-ning tot 24,2 volt is gezakt start ik de generator. Na 5 minuten houdt deze het echter voor gezien en aan het geluid te horen en na een korte inspectie wordt het mij duidelijk dat er lucht in de brandstof leidingen zit. Dan maar de hoofd-motor langzaam aan, dat heeft tevens het voordeel dat de schroef meer druk geeft op het roer en Melissa houdt feilloos koers. De autopilot is zelflerend en bewegingen door golven worden na enige tijd niet meer gecorrigeerd. Dit is energie besparend en vermindert de slijtage, wat onder deze omstandigheden ook wel nodig is. We rollen tevens de kluiver weg en vervangen deze voor de fok die echter ook al niet meer dan voor de helft kan worden uitgerold. Plotseling zien we van bakboord een groot vissersschip komen die vlak achter ons langs vaart. Het schip rolt als een gek maar ze vissen nog steeds. Waar-schijnlijk hebben ze ons op de radar gesignaleerd en kijken nu wat we hier doen. Ik vraag me af wie er gek is om hier nu te varen , zij voor hun werk of wij voor onze lol. Opeens weer een geschuif op het achterdek en nu blijkt het hekanker losgesla-gen en beukt tegen de zeerailing. Hoewel maar 3 meter van mij af doe ik eerst mijn veiligheidsharnas weer om voor ik weer het dek opga. Tegen de tijd dat ik bij het anker ben hangt deze alleen nog maar aan de anti-diefstal kabel en schuift met veel lawaai over dek. Gelukkig is dit geen 75 pounds C.Q.R. maar een lichtgewicht Fortress zodat de klus met een paar lijntjes snel geklaard is . Gedurende de verdere dag loopt de zee steeds hoger op en de golven worden ontzagwekkend hoog. We hobbelen er nog steeds vrolijk overheen met een tot ongeveer 6 vierkante meter ingerolde fok en een vaart van 4,5 knopen in de goede richting. We hopen ondertussen dat het niet nog harder gaat waaien want het gaat ons zo ruig genoeg. De wind waait continue, met meer dan 20 m/s een volle windkracht 8. We slapen echter nog redelijk en krijgen met onderbrekingen onze 6-8 uren slaap. Athena, de scheepspoes, haalt zelfs de 23 uur en vindt er niks aan. Wij eigenlijk ook niet en hopen dat het gauw beter wordt. Dat blijkt een ijdele hoop want in de loop van vrijdagavond doet de wind er nog een schepje boven op en waait met  27 m/s in de pieken, volgens het boekje windkracht 10. In de afgelopen maanden heb ik terdege rekening gehouden met een storm in de Golf van Biscaye en hoopte dat we, met 4 % kans op een storm dus 96% kans op maximaal windkracht 7 of minder, zonder harde wind door de Golf zouden komen. Mis dus, we zitten er midden in en dat is toch wel een belevenis. Niet dat we er vrolijk of onverschillig onder blijven, in tegendeel, maar het is toch wel een belevenis en we hebben het volste vertrouwen in de zeewaardigheid van ons schip. Binnen is het betrekkelijk rustig en er is mede dankzij de kuiptent nog geen spatje water in de kajuit met de fraaie nieuwe  bekleding gekomen. In feite is dat onze grootste zorg want eenmaal een zoute bekleding trekt continue vocht aan . Thea heeft op Alderney al hoesjes om de doradeboxen gemaakt en er komt geen drup water binnen. We halen nu ook maar de bekleding van de kuipbanken die er ondanks de storm om ons heen nog steeds op ligt en de kuip gezellig maakt. De dikke bekleding was een goede bescherming tegen het vallen want het schip maakt soms flinke schuivers en een kneuzing heb je zo. Als er echter een flinke golf over het schip zou slaan is de kuiptent zo aan flarden en dus de volledige kuipbekleding zout. Met de bekleding weg lijkt de kuip in crisissfeer maar is nog steeds droog en een goed onderkomen voor de wacht De zee begint nu gevaarlijk hoog te worden en wat erger is, de richting is niet meer uniform. Na enkele redelijk gelijkmatige golven volgen telkens enkele rollers die met een hoek van 45 graden op de windrichting het schip een duw uit de koers geven waarna soms een roller die daar weer haaks opstaat over het schip slaat. Ik realiseer me dat als de autopilot uitvalt ik met de hand moet sturen en afgezien van het feit dat ik daar geen zin in heb lukt dat nooit zo goed als dat de autopilot het schip stuurt. Voor nog slechtere omstandigheden heb ik een "drogue" gemaakt, een dikke tros van 80 meter met daaraan 10 zeeankers op gelijkmatige afstand. Het ont-werp heb ik uit een Amerikaans tijdschrift waarbij werd vermeld dat een derge-lijk ontwerp bij de Amerikaanse Navy onder bepaalde omstandigheden verplicht was voor kleine schepen. Het voordeel is dat als het nog slechter wordt en het schip eventueel onbestuurbaar we de achter- of voorsteven op de golven kun-nen houden door de "drogue" uit te vieren. Ik vindt het wel een veilig gevoel en begin het geheel gereed te maken voor gebruik. Dit is nog een hele klus want het schip gaat flink te keer en doordat de kuip zo groot is kun je niet met je voeten tegen de bank tegenover je steunen. Als de "drogue" klaar is vier ik hem over de achtersteven uit en de snelheid wordt direct teruggebracht van 5 tot 2 knopen. Het is net of we aan een lang elastisch koord bungelen en de achtersteven wordt zonder besturing redelijk op de golven gehouden. Het schiet zo echter totaal niet op en ik heb genoeg vertrouwen in het geheel om het zeeanker weer binnen te halen en de autopilot weer te laten sturen. Ik ben dan ondertussen wel flink nat want het water is via hals en armen mijn zeilpak binnengedrongen. Al met al is het een uiterst vermoeiende bezigheid geweest en na het aantrekken van droge kleding ben ik knap vermoeid. Op een sterk bewegend schip voel ik mij nooit op m'n best maar Thea heeft meestal nergens last van en wil onder de zwaarste weersomstandig-heden nog gaan koken. Het is een geruststellend idee te weten dat het nog erger kan worden zonder dat we gevaar lopen. We zitten dan wel in windkracht 9 -10 maar als dit lang duurt zal de zee nog onsympathieker worden. Daar de kuip nu ongezellig is en we toch niks zien en kunnen doen gaan we beide naar beneden, Thea in de loodskooi, ik met kussens vastgeklemd tussen de bank en de tafel en we slapen ook nog. We hebben voor de zekerheid de kajuitdeurtjes en het klapluik geslo-ten maar de kuiptafel die ook als extra waterkering tussen de kuip en de kajuit kan dienen plaatsen we nog niet. Ook de houten panelen die ik voor de achter-ramen van de achterkajuit heb gemaakt blijven in de kast, het mag dus nog erger worden....... Het is een vreemd gevoel met deze woeste zee in de betrekkelijk rustige kajuit gewoon te gaan slapen en te wachten tot het over is. Gedurende de nacht krijgen we regelmatig een breker over die soms met een enorme knal tegen de zijkant van de boot slaat. Er komt echter weinig massief water over want de kuiptent is de volgende morgen nog heel. Om de 1-2 uur klim ik naar de kuip en bekijk de zee om ons heen en dwing de windmeter met mijn ogen naar lagere waarden. Na elke keer dat ik denk dat de wind afneemt en slechts 20 m/s aangeeft volgt weer een toename tot 27 m/s en ik ga maar weer verder slapen. Hoewel we natuurlijk onrustig slapen met veel onderbrekingen is het verbazingwekkend dat je met dit lawaai toch nog weg-dommelt en soms een uur achtereen doorslaapt. Het is niet meer zo koud als in het begin van deze reis maar we pakken ons goed in met dekens. De kachel aanzetten is met dit noodweer uitgesloten want de uitlaat zal ongetwijfeld regelmatig onder water verdwijnen en de generator weigert nog steeds dus elektrisch verwarmen is ook niet mogelijk. Hooguit kunnen we enkele uren met de ventilator kachel op 1 kW via de 220 volt omvor-mer warmte uit de accu's betrekken maar die energie spaar ik liever voor de autopilot. Als het zaterdag 22 april licht wordt ziet de zee er zeer woest uit maar het lijkt wel of de golven een stuk langer zijn geworden. De waterdiepte is hier nu ook ruim 4000 meter en we wennen ook aan de situatie. Thea wekt mij om 10.30 uur met een kop koffie en we zien tot ons genoegen dat de wind afneemt. Nog steeds een stevige windkracht 8 maar er komen rustpo-zen die het vermoeden rechtvaardigen dat het binnenkort beter wordt. De boven de Golf gevormde depressie die vlak langs ons is getrokken verdwijnt richting Het Kanaal en we horen dat alle weersverwachtingen voor noordelijker gebieden waarschuwen voor windkracht 8. Een zeer opgelucht gevoel , mede versterkt door een brekende bewolking, maakt zich van ons meester en we maken de kuip weer gezellig en veilig met de kussens. Het gevaar is echter nog niet over want de zee lijkt zich niet veel aan te trekken van de afnemende wind en we moeten dan ook zorgen dat we de vaart erin houden. In de loop van de dag neemt de wind af en hoewel de volgende nacht nog ruw is volgt een relatief rustige zondag met een matige wind maar nog steeds hoge zee. Terwijl Thea nog slaapt kijk ik uit het raam van het stuurhuis en zie een dolfijn naast de boot zwemmen. Snel maak ik Thea wakker en na enige tijd zien we een groepje van minstens 5 dolfijnen rond de boot zwemmen , een prachtig gezicht ! Ze komen van alle kanten en scheren vlak voor onze boeg langs om daarna weer om te draaien en opnieuw naast ons te zwemmen. We warmen flink op met de zon op onze donkerblauwe tent en we hebben het gevoel dat we nu ook in een warmer klimaat terecht zijn gekomen. Na nog een betrekkelijk rustige nacht waarin we op grote afstand al de lichten van de noord Spaanse kust zien lopen we in de ochtend van maandag 24 april om 09.30 de haven van La Coruña binnen. We meren af aan een boei en kruipen eerst nog maar een paar uur in onze kooi. 4 La Coruña Wakker worden, midden op de dag, uitgerust, terwijl de zon schijnt, een bad nemen en dagen, als het moet weken de tijd om te genieten en klusjes aan de boot te doen, wat wil je nog meer? We liggen aan een boeitje van de jachtclub want het is verboden om in deze haven voor anker te liggen. Dit in verband met de kabels over de grond die de boeien waar de jachten en vissersschepen aanliggen met elkaar verbinden. Het is schitterend weer en we vieren onze aankomst in Spanje met champagne en de rest van de enorme gerookte zalm die we van Hans in Scheveningen kregen. De zonnecellen bewijzen hun nut want met 5 Ampère bij 27 Volt leveren ze de helft van onze energie honger die wordt veroorzaakt door alle elektrische apparaten en electronica die het leven aangenaam maken. De generator doet het nog steeds niet en ik zal de leidingen moeten ontluchten, een klusje dat onver-mijdelijk de dieselolielucht veroorzaakt waar Thea zo'n hekel aan heeft. Ook de kachel die op dezelfde leidingen is aangesloten heeft last van luchtbellen zodat we de boiler electrisch moesten verwarmen om warm badwater te krijgen. Na deze klus doen beide het weer naar behoren en ik besluit de reparatie van de weatherfax uit te stellen tot morgen. Ik blaas de bijboot op en samen roeien we naar de wal en verkennen de omge-ving. La Coruña is een echte stad met ruim 200.000 inwoners en op onze vouw-fietsen door de stad  worden we door menige Spanjaard  nagekeken. We zien alleen maar jochies op hun mountainbikes  maar volwassenen rijden allen in  auto's. De daaropvolgende dagen wordt het steeds warmer en we verdelen onze tijd tussen klusjes op en aan Melissa en het verkennen van La Coruña. Ook neem ik de weerkaartenschrijver onder handen en vind een tandwiel met afgebroken tanden waarmee het haperend papiertransport is verklaard. Door het tandwiel om te draaien wordt het probleem voorlopig opgelost maar ik zal in de toekomst toch een nieuw tandwiel moeten regelen. Terwijl ik met de fax bezig ben komen havenmeester met douane en stuurman in een bootje langszij om de papieren in orde te maken en blijken nauwelijks En-gels te spreken. Met veel vriendelijkheid en welwillendheid komen we er echter wel uit en de ambtenaar neemt alles letterlijk over uit onze paspoorten. Als gevolg hiervan krijgt Thea de achternaam "echtgenootvan" in de douanepapie-ren en we zeggen maar dat het klopt. Tenslotte zijn we hier in Spanje en we willen ons wat meer aan de ontspannen zuidelijke mentaliteit aanpassen, tenminste als het ons zo uitkomt. Op een zonnige ochtend besluiten we wasdag te houden en alle was en zout geworden spullen zoals de trossen te ontzilten. Ook nu komt het visvat van pas en dient op de steiger als spoelton. Met de bijboot, waarachter ik intussen de buitenboord motor heb bevestigd, vaar ik enkele keren naar de wal. In feite hebben we meer dan genoeg water aan boord en kunnen we prima in het bad spoelen maar zo in de zon spelevaren is ook leuk. Als we al enkele dagen aan de boei van de jachtclub liggen neemt de wind iets toe en krijgen we het gevoel dat de boeigewichten niet op het gewicht van ons schip zijn berekend want we slepen de hele boel van z'n plek. We besluiten een andere plek op te zoeken en gaan meteen even langs de steiger om water te tanken. De steiger is niet berekend op ons gewicht en een hulphavenmeester, die denkt dat we op de kop van de steiger willen blijven liggen komt luidroe-pend op ons af. Nadat ik heb uitgelegd dat we alleen water komen tanken en dan weer weggaan ben ik ineens weer zijn "amigo" en sluiten we weer vriend-schap. Een dag voor ons vertrek naar Camarinas zoek ik naar de havenmeester, die er nooit is, en  vind uiteindelijk een ander hulp-havenmeester. Op mijn vraag of hij Engels spreekt zegt hij heel terecht dat ik Spaans moet leren spreken! Wellicht moeten we ons die moeite getroosten want met het tempo dat we nu hebben komen we dit najaar niet verder dan de Balearen. Gerard en Thea AB Sailing Yacht Melissa