50 “IN SEARCH OF PARADISE”—                                        HET  “PARADIJS” GEVONDEN? In het najaar en de winter van 1998-1999 liggen we in de volle haven van Palma de Mallorca tussen vrij hoge schepen waardoor ons uitzicht beperkt is. We mogen echter al lang blij zijn dat we een plaats hebben gekregen en we genieten van alle mogelijkheden die een grote stad bieden kan. We huren regelmatig een auto, de familie komt ons bezoeken en we bekijken alle bekende en minder bekende plekken op dit fraaie eiland. Ook  nemen we Spaanse les, waarvoor Diana elke week bij ons aanboord komt. Weken lang doen we niets anders dan de hele dag Spaans leren, ervan overtuigd dat ons dat nog veel te pas zal komen. Wat we in de toekomst gaan doen is op dat moment nog volkomen onduidelijk maar we krijgen zo langzamerhand wel het gevoel “opgesloten” te zitten en voelen ons enigszins beperkt in onze mogelijkheden. Op de boten om ons heen wordt veel en lawaaierig geklust en langzaam maar zeker rijpt het idee dat we wat anders willen. We wonen nu meer dan 5 jaar met veel plezier aan boord van “Melissa” maar het overwinteren in een volle jachthaven begint ons te vervelen. Wat dan? Naar Nederland in de winter is geen optie. Nederland is een prima land om geld te verdienen maar als dat niet hoeft zijn er toch betere plekken op de wereld.   Toen we aan onze reis begonnen wisten we niet waar we naartoe zouden varen maar wel dat we op zoek gingen naar “het Paradijs”, een plek die zoveel mogelijk alle voor ons aangename omstandigheden zou combineren. We hebben machtig veel mooie baaien en plaatsjes bezocht maar als je eisen stelt aan je leefomstandigheden moet er wel een redelijke stad niet al te ver  van verwijderd zijn. En daar ligt het probleem. In praktisch alle in aanmerking komende geciviliseerde landen is geen rustige baai meer te vinden in de omgeving van de bewoonde wereld. Overal waar baaien zijn die voldoende bescherming bieden om langdurig en veilig  te liggen wordt de omgeving verpest door motorboten, generatoren, jetski’s, discotheken en slecht ankerende amateurs. Ook in het Caribische gebied zijn de hurricane-holes overvol en elke winter naar Venezuela afzakken hebben we zeker geen zin in. Moeten we het dan toch op het land zoeken? Terwijl we beiden  in februari ruim twee weken de last ondervinden van een flinke griep rijpt het plan om eens een verkennende tocht  naar Noord Spanje en Zuid Frankrijk te maken. Wat het klimaat betreft zijn dat voor ons de favoriete gebieden in acceptabele landen. Palma de Mallorca is ons in ieder geval te heet en te droog in de zomer en we zoeken dus een gematigd warm klimaat. Ook heb ik zin weer eens een reisje te maken: overdag met een doel rondrijden en s’avonds in een hotelletje lekker eten en plannen maken voor de volgende dag. Een probleem is echter dat we op korte termijn geen geschikte oppas voor onze poezen kunnen vinden en Thea is ook nog niet helemaal fit. We besluiten dat ik dan maar alleen moet gaan wat niet zo leuk maar het is beter dan niet gaan. En dan gaat het opeens allemaal zeer snel. Er wordt een koffer ingepakt, de video camera geladen, een ticket besteld en telefonisch wordt in Barcelona bij Herz een auto gereserveerd. De volgende middag, zondag, rijd ik al in een Ford Mondeo van Barcelona naar de Franse grens. Het wordt al snel duidelijk dat de toeristische Costa Brava niets voor ons is en ik rij over de Franse grens via Perpignan naar Quillan. Het hotel blijkt een voltreffer en de kaarten van Zuid Frankrijk en de Pyreneeën worden tot diep in de nacht bestudeerd. De komende 3 dagen worden in hoog tempo tussen Perpignan, Carcasonne, Toulouse en Lourdes  een stuk of 20 makelaars en objecten bezocht, variërend van stukjes bouwgrond tot een jachtdomein van 75 hectare met jachthut. Elke avond wordt langdurig telefonisch verslag gedaan aan Thea in Palma. Oorspronkelijk hadden we het plan alleen een oriënterende reis te maken maar na een dag lijkt ons het kopen van een stukje grond wel aardig. De tweede dag moest er ook een huisje op staan en de derde dag werd de eisen opgeschroefd tot een goed bewoonbaar huis in een natuurlijke omgeving zonder buren. Daarvoor lijkt de omgeving van de Oostelijke Pyreneeën het meest geschikt en ik rij terug naar Quillan. Donderdagochtend bezoek ik twee makelaars in Quillan die allebei weinig geschikts te bieden hebben  maar de derde is het raak. In eerste instantie zegt de makelaar dat hij niets heeft wat aan onze eisen voldoet maar plotseling komt hij met een uit oude steen opgetrokken molen op de proppen. “Le Moulin du Siffré” is een fraai gerestaureerde 200 jaar oude watermolen, in de bergen aan een doodlopende weg. Het ligt 50 km van de Middellandse zee en 2 uur rijden van Andorra met hoge bergen en skipistes. Er is veel grond bij, een vrijstaand gastenverblijf en een  zwembad. In de woonkamer is een enorme granieten openhaard, veel houten betimmering en het ziet er gezellig uit. Het kost wel twee keer zoveel als de andere huizen maar van dit object gaat je hart sneller kloppen. Vooral de geïsoleerde ligging (de dichtstbijzijnde buren uit het zicht en een halve kilometer verderop) in de bossen en aan een beek gelegen  spreekt aan en het telefoongesprek met Thea die avond is erg lang. Wat zijn de voordelen en wat kunnen de nadelen zijn? Wat kan er tegenvallen? Doen of niet doen? We besluiten te kijken tot welke prijs ze willen gaan en welke meubels ze willen achterlaten. Vrijdagsochtend ga ik naar de makelaar en rijd met hem voor de tweede keer naar de molen. Het lukt wat van de prijs af te krijgen en terwijl we het meubilair bespreken is het besluit eigenlijk al genomen: we kopen “Le Moulin du Siffré”! We maken meteen een afspraak met de notaris en om zeven uur ’s avonds is het voorlopig koopcontract getekend: 12 maart is de overdracht en kunnen we erin. Tenminste, als het ministerie van landbouw meewerkt, want zij moeten toestemming geven Als het bij een overdracht om veel natuurgrond gaat. De volgende dagen worden besteed aan het maken van video-opnamen, het kopen van een auto en het  regelen van een landeigenaren verzekering, iets wat in Frankrijk verplicht is. Als ik woensdag weer aan boord van “Melissa” kom en Thea ziet de video’s kunnen we nauwelijks wachten tot 12 maart. Hebben we het “Paradijs” gevonden? Misschien wel, maar dan wel 700 meter hoger dan we verwacht hadden. 51 EINDE VAN DE REIS ?????? Lang voor we “Melissa” hadden droomden we van een fraai zeegaand jacht waarmee lange tochten konden worden gemaakt. Ons grote voorbeeld was Eric Hiscock  met de “Wanderer 4”, een schip als “Melissa”, iets groter maar soberder uit gerust. Na 4 jaar zeilen eindigt de reis en ook het boek van de  “Wanderer 4” in Californië en als lezer begreep ik niet dat je zo’n reis wilde beëindigen en het zeilersleven opgeven. Hoe mooi Californië ook is, niets is toch mooier dan een zwervend en zeilend bestaan? In feite beschouwde ik het als verraad aan het zeilersleven. Toch, hoe aantrekkelijk het vrije zeilersleven ook is, alles went en zelfs een redelijk groot zeiljacht heeft z’n beperkingen die zich na enige jaren laten voelen; je merkt het voor het eerst als je door een bos loopt en de bosgeur opsnuift en bij vrienden in een ruim huis over de vloer komt. Toch benauwt het ons nog steeds buren om ons heen te hebben en mede daarom is de keuze gevallen op een volkomen afgezonderd huis. In zekere zin liggen we nog steeds solitair voor anker, maar dan 700 meter hoog en met een veel interessanter natuur om ons heen. En “Melissa”? Zij blijft voorlopig in Palma de Mallorca liggen, tot onze spijt gedegradeerd van zeewaardige woning naar vakantie boot. Zeker niet afgedankt, maar toch in onze ogen enigszins te kort gedaan. Gerard en Thea AB Sailing Yacht Melissa FIN
Melissa
Melissa exterieur Melissa interieur Reisverslag 1 Reisverslag 2 Reisverslag 3 Reisverslag 4 Reisverslag 5 Reisverslag 6 Reisverslag 7 Reisverslag 8 Home Charron Le Moulin du Siffré Melissa Contact Webcams Reisverslag 8